Het RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid is in 1975 ontstaan door samenvoeging van het Rijkszuivelstation in Leiden en het Rijkslandbouwproefstation in Maastricht (op foto hiernaast). RIKILT stond voor Rijks- en Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten. Het instituut in Wageningen maakte toen deel uit van de beleidsdirectie Voedings- en Kwaliteitsaangelegenheden van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
De opdracht van het nieuwe instituut was om meer fundamenteel onderzoek te verrichten. Behalve melk en zuivelproducten, diervoeders en meststoffen moesten ook vlees, plantaardige producten e.d. worden onderzocht.
In de jaren tachtig werd de veiligheid van voeding zowel maatschappelijk en politiek een belangrijk onderwerp. Het RIKILT ging in die tijd ook aan de slag met dossierbeoordeling van diergeneesmiddelen in samenwerking met het RIVM.
Het RIKILT werd verzelfstandigd en ging onderdeel uitmaken van Wageningen
Universiteit & Researchcentrum waarbij het viel onder de stichting DLO (Dienst Landbouwkundig Onderzoek). Het instituut moest de markt op en vele projecten ten behoeve van het (inter)nationale bedrijfsleven, de productschappen en de EU werden binnengehaald.
De laatste jaren kreeg het onderzoek ten behoeve van risico-beoordeling, normstelling en bepaling van genetisch gemodificeerde organismen in diervoeder(grondstoffen) en voedingsmiddelen veel aandacht. Bij kleine of grote voedselcalamiteiten werd het RIKILT op basis van zijn specifieke expertise en overheidstaken vele malen bij onderzoek en controle ingeschakeld. Zo werd het microscopisch onderzoek ingezet voor controle op de aanwezigheid van diermeel in diervoeders tijdens de BSE-affaire. Bij de dioxine-affaire verrichtte het RIKILT analytisch onderzoek van vele honderden monsters waarbij het een groot voordeel was dat het instituut als een der weinige laboratoria beschikte over een snelle en goedkope screeningsmethode (de CALUX).
Het RIKILT heeft zijn unieke onafhankelijke positie als betrouwbaar laboratorium met vele taken voor het ministerie van EL&I en de Voedsel en Waren Autoriteit, weten te handhaven en te versterken. De laatste jaren is daarbij het onderzoek in internationaal EU-verband een steeds grotere rol gaan spelen.